Gedicht

Kalverliefde

Jij ziet mij niet in de gang hoort niet mijn hart haar hard gezang weet lang niet hoe ik verlang,   ik ken je rooster en ook je klas er is niets aan jou dat mij verrast, ik weet zelfs welk boek je echt nooit las,   en ik wou soms even, al is het …

Kalverliefde Lees verder »

Bezittingsdrang

omweg, dwaalspoor,maar hier ben ik weerhet lijkt nog ergerdan de vorige keerlang niet lang genoeghiervandaan vluchten, vechten,maar zo wang aan wang,ben ik bezeten vanmijn bezittingsdrang,en zeker niet zekerin mijn waan, dat ik je eigenlijk wel wilweerstaan

Verranderlijk

elke keer dat ik je zie, is er een andere jij, en elke keer dat ik je speek, hoor je een andere mij en van wat ik heb gezien zijn al die versies van jou, nu al meer dan een stuk of tien, waar ik op dat moment van hou maar als mijn ik dan, …

Verranderlijk Lees verder »

Masker

ik trek mijn masker zo strak aan dat je bijna de afdrukken van mijn gezicht ziet ik verberg mijn angst gezien te worden in onthullende kleding, mijn boos in mijn verdriet wat onder de laag zit, is bijna zichtbaar, maar zijn die contouren waar? ook ikzelf weet het niet.

Oerwoud

het oerwoud lag al achter me maar leek steeds onder mijn voeten terug te kruipen spottend lachend liep het me plagerig weer een stap voorbij strekte zich uit en ik vermeed mijn handen te zien die het groen tot wonden vermaalden want ze waren er niet de woekerplanten die voedsel zogen uit mijn vlees met …

Oerwoud Lees verder »

Mysthiek

Er was ooit een dag dat alles was en ik ook, omdat ik dat alles was, en dat alles, alles zat overal in mij, en naast dat mij bestond geen tijd   geen individu, bezit, jouw of mijn, het was een dag bevrijd van zijn ik was niet, moest niet, want geen ik, geen zelf …

Mysthiek Lees verder »

Luchtledig

met een uitgestreken gezicht balanceerde ik op het koord twintig centimeter boven de straat als ik laag blijf en lief en licht is er nooit een vrouw overboord maar ik ken in mijn dans geen maat ik kijk naar beneden, zie tot mijn schrik meters luchtledig tussen de grond en ik voor houvast is het …

Luchtledig Lees verder »

Urenbreed

kom met mij fluistert zachtjes het behang begerig zoekt de bank je hand en het gesloten raam kwijnt in stilte achter zijn gerolde tralies het huis leeft om ons, kwetsbare wezens tussen de lakens van uren breed

Zomer

ik wou dat ik langer de tijd had genomen; om te springen door de plas, om te klimmen in de bomen, om me te verbergen in het gras, in die eeuwenlange zomer. ik wou dat ik vaker de ruimte had genomen; om te spreken in de klas, om te leven zonder schromen, om te herrijzen …

Zomer Lees verder »